esther4Na jarenlang iedereen lastig gevallen te hebben met de vraag om zijn of haar scoutinggevoel te omschrijven, ontkom ik er zelf ook niet meer aan. Het voordeel van een redactielid is dat je dat moment voor je uit kunt blijven schuiven. Het is namelijk niet makkelijk. Maar misschien is dit het goede moment. Nu ik gestopt ben als vast staflid bij de Scouts en regelmatig de vraag krijg of ik het niet mis...

En nee, ik het mis het nog niet. Maar dat komt vooral omdat ik het Rafaëlgevoel nog steeds voldoende ervaar. Ik draai nog regelmatig met speltakken mee op zaterdag, ben af en toe aanwezig bij het friet eten na het draaien, ga op scoutingweekend en op zomerkamp. Jeej! Wat ik overigens niet mis is de tijd en energie die deze onbetaalde fulltime baan ehh, hobby kost.

Maar wat is er dan zo leuk dat ik dat toch jaren gedaan heb, en nog steeds met veel plezier doe? Dat merk je pas als je het zelf als jeugdlid, of vooral als staflid (namelijk veel bewuster) ervaart. Zoals we in onze reclameteksten zeggen: elke zaterdag en elk kamp is anders. En dat is ook echt zo; in tegenstelling tot andere hobby's waar je steeds alleen maar knutselt, voetbalt of rugbyt, lopen de bezigheden bij de scouting erg uiteen. Waardoor je als 'sporthater' af en toe toch sport en zelfs met veel enthousiasme, om je jeugdleden ook enthousiast te krijgen. En dat is dan tot je eigen verbazing nog leuk ook, vooral als het op z'n Rafaëls in een grote chaos eindigt, inclusief fanatiek vals spelen, stoeien en viezigheid.

esther1 esther3 esther5 esther7

Waar anders dan bij scouting kun je als volwassene ongegeneerd en zonder excuus buiten spelen, geschminkt kinderen plagen, met taart gooien, kwalleballe in de modder, vals zingen in een kano, of elkaar met meel en eieren bekogelen? En wanneer loop je anders in een prinsessenjurk, doe je verstoppertje, zit je als elfje verkleed in het bos, ga je abseilen, loop je zingend een hike in de regen, verzin je 's nachts om drie uur nog een spel of bouw je een indianenbrug over een beekje? Soms loopt het wel wat uit de hand, want waarom zou je in een bos willen kamperen bij -5º C, waarbij lenzen vastvriezen in het lenzendoosje en de afwas in de wasteil? Waarbij je zo erg naar rookt stinkt (want rook=vuur=warmte) dat de friettent leegstroomt als jullie binnenkomen en je je kleren 3x moet wassen om ze weer enigszins normaal te laten ruiken. Waarom? Waarom sta je een beschimmelde scoutingafwas te doen in een ijskoude blokhut terwijl je thuis ook een afwas hebt staan? Waarom fietste je met bagage op de fiets 80 km naar een kampterrein? Ook al had je je knieën en ellebogen kapot gevallen en zat het bloed in je sokken. Waarom? Waarom weet je dat je je haar 4x moet wassen om de currylucht er uit te krijgen? Waarom zie je iets fout gaan en doe je het toch (weer)? Waarom?

Komt dat door die activiteiten? Zoals gezegd, elke zaterdag is anders, al is het maar omdat het vaak niet geheel volgens planning verloopt en je er met je improvisatietalent een andere draai aan moet geven. Want ja; als je een leuk programma hebt gemaakt en 25 welpen besluiten daar geen zin in te hebben, wordt je best creatief. Of je hebt 3 stafleden nodig, maar één moet onverwacht naar de verjaardag van zijn oma. Of het regent op zomerkamp voor de derde dag op rij. Het voelt wel heeeeel goed als de dag dan uiteindelijk toch geslaagd is. Bijvoorbeeld met een spel dat de kinderen nog wel 100x willen spelen. Wat je samen toch maar mooi voor elkaar hebt gekregen. En nog met veel plezier ook.

Dat slagen is mede te danken aan de zeer gevarieerde groep Rafaëllers. De grote onderlinge verschillen in leeftijd, interesses, humor, grenzen, opleiding en vaardigheden leveren een enorme meerwaarde en een erg gevarieerde kennissen-/vriendenkring. De samenwerking is uniek, je weet precies wat je aan elkaar hebt en wat je samen neer kunt zetten. En dit is voor Rafaëllers zo vanzelfsprekend, dat het als normaal wordt beschouwd. Maar dat is het helemaal niet. Zo hebben de WNF-leden, waar we al een aantal jaar een activiteit mee organiseren, zich het eerste jaar erg verbaasd over de Rafaël-aanpak. We komen niet echt op tijd, willen dan eerst koffie, niet iedereen is wakker of nuchter en iedereen loopt tegen elkaar te bakkessen. Dan schreeuwt er iemand een uitleg overheen in de trant van "hier stattut en ginderwijd moet ut komme" en dan gaat iedereen, schijnbaar zonder enige coördinatie, aan de slag. Het gebakkes, de herrie en de chaos gaan onverminderd door, maar binnen twee uur is het park wel omgetoverd tot speeltuin inclusief horeca, veilige kabelbaan en originele spelletjes, waar zij alleen maar met verbazing naar kunnen kijken.

Die chaotische-maar-toch-functionerende-Rafaël-wereld zie je in alles terug: in groepjes jeugdleden die je op een regio-activiteit direct herkent doordat ze niet braaf luisteren maar door elkaar rennen, hun blouse niet in hun broek hebben en hun das niet hoog gesloten. Maar ze winnen wel met bulldog. In de blokhutten die we allemaal nooit zouden huren voor een zomerkamp, die best wel eens ontsmet mogen worden, maar die wel sfeervoller zijn dan alle andere blokhutten bij elkaar. In de nutteloze, eeuwigdurende discussies over alles en iedereen die volgens de groepsraadverslagen al sinds de jaren '60 over hetzelfde gaan. In alle denkbare scoutingvoorwerpen die meerdere functies hebben. Niemand verbaast zich nog over het gebruik van stokjes/zakmessen/stiften als koffielepel, aluminiumfolie als bord, natte theedoek voor EHBO of tandpasta als reparatiemiddel. In de Rafaël-wereld verbaast men zich sowieso niet snel. Zo kun je als Raffel-redactie rustig een staflid geblinddoekt op een stoel vastbinden en hem met een dweil bewerken, zonder dat voorbijgangers naar het toilet of de koffie een andere reactie vertonen dan een scheve-blik-met-glimlach.

Vooral tijdens weekenden en zomerkampen bereikt dit groepsgevoel een hoogtepunt. Op kamp leeft de hele groep binnen een paar uur in een geheel eigen wereld. Met een eigen taal, eigen uiterlijk en eigen gebruiken en rituelen. Soms afgeleid van het thema -zoals hardop overleg met je Fluffy-handpop over de vraag of je koffie of ranja gaat drinken- maar de meeste dingen ontstaan spontaan. En het valt niet eens op... tot je na het zomerkamp weer gaat werken en je collega's opmerken dat je toch wel erg veel stopwoorden gebruikt, extreem direct bent geworden en opvallend meer onzin praat dan anders.

En als zo'n stopwoord of uitspraak een paar jaar later bij het kampvuur weer opduikt, heb je meteen een urenlang gesprek met de andere veteranen van dat betreffende kamp. Waarbij alle bijzondere momenten, bijna-rampen, spectaculaire activiteiten, rare gewoonten en de jeugdleden die dat kamp zo bijzonder maakten als vanzelf weer naar boven komen. Sommige jeugdleden van dat kamp zitten inmiddels als staflid naast je en hebben dat kamp vaak heel anders ervaren. Andere leden zijn (vaak te vroeg, soms wat te laat) gestopt. En weer anderen blijven bijzonder omdat je ze als vereniging iets mee hebt kunnen geven en je het gevoel hebt dat je voor hen echt een verschil hebt gemaakt.

esther2 esther6

Met dat eigen wereldje sluit je wel snel mensen buiten, zou je zeggen. Maar dat valt reuze mee. Behalve dan op de BBQ na het zomerkamp, waar het de sport is om te bewijzen dat jullie zomerkamp echt het allerbeste was en dat alle anderen alleen maar jaloers mogen zijn en beter in een hoekje kunnen gaan huilen omdat ze er niet bij waren. Nee, we zijn als Rafaël juist trots op de grote instroom van kinderen, tieners en zelfs volwassenen 'van buitenaf'. Sommigen blijven herkenbaar in hun Kika-trui, maar van de meesten merk je al snel niet meer dat ze 'nieuw' zijn. De 'inburgering' (of infiltratie) verloopt opvallend soepel en snel. En als je er eenmaal bij hoort, kom je er niet makkelijk vanaf. Ook al zitten er 10 jaar tussen je stoppen als jeugdlid en je terugkeer als staflid, zoals in mijn geval. Ook al spreek je iemand jarenlang niet, de band blijft bestaan.

Maar kun je dan wel jezelf zijn, in dat Rafaëlwereldje, of moet je gewoon met de groep meedoen? Meedoen is belangrijk bij scouting, iedereen mag meedoen, op zijn eigen manier. En juist daarvoor/daardoor? wordt je vaak gewaardeerd. Velen hebben het gevoel dat als je dan toch iets moet proberen, falen, iets raars moet doen, je dat het beste bij met (à bij of met? Of bij/met?) Rafaëllers kan doen. Die accepteren je, ook al mislukt het of loopt het uit de hand. Van een spel uitleggen, tot een hoogteparcours lopen, een themafiguur spelen of kinderen op hun gedrag aanspreken. Een veilige omgeving om te leren, maar vooral om zoveel mogelijk mensen het Rafaëlgevoel te leren. Niet helemaal duidelijk te omschrijven, maar iets met kinderen, plezier, chaos, kampvuur, creativiteit, vies worden, saamhorigheid, humor, improviseren, genieten, avontuur, lawaai, vrienden, meedoen, feesten, leren , ervaren en thuis.

Esther Struik